Ik leef voor het schaatsen en het werken met jonge mensen met een doel en ambitie. Heel praktisch en concreet. Daarbij komen ook de drijfveren van die schaatsers aan bod. Maar schaatsen, ambitie en presteren gaat om meer dan alleen concrete drijfveren!
Ik vertel liever daar wat over dan over persoonlijke records, opleiding, trainersdiploma's (ST-4), en de teams en schaatsers die ik in de loop der jaren heb getraind.

Om iets over mijn motivatie en liefde voor het schaatsen te zeggen denk ik dat het goed is om het te hebben over “Schaatsen als metafoor voor het leven”. Goethe ging ons al voor. De grote romantische rationalist wist al dat schaatsen alle facetten van het leven bevatte. Behoorlijk vaag en schijnbaar onbegrijpelijk. Snelheid en voortbeweging ‘zichtbaar’ onthecht. Vallen en opstaan. Voor de toeschouwers als het goed gaat een toonbeeld van gemak,  schoonheid, goddelijkheid. Voor de schaatser zelf vrijwel het omgekeerde.
Alleen door hard werken, pijn verdragen, steeds maar weer opstaan na elke val komt de schaatser steeds dichter bij die bovenaardse – goddelijke? – ervaring. En soms, heel soms,  is die ervaring er ook echt. Losgezongen van snelheid, kracht, doel.

Al als kind van 2 jaar en 7 maanden ‘wist’ ik dat er in essentie niet anders kon zijn dan een leven op het ijs. Mijn ouders hadden me meegenomen naar de natuurijsbaan in Bergen. Ik kan me er zelf niets meer van herinneren, maar ik heb begrepen dat ik niet meer naar huis wilde en me door onder prikkeldraaddoor te kruipen verschanst had op het dunste stukje ijs, zodat niemand bij me kon komen om me ervan af te halen.

Tot op de dag van vandaag is daar geen verandering in gekomen en draag ik nog steeds veel liever schaatsen dan schoenen. Schoenen knellen, schaatsen even vrijheid.